Spanje staat voor het eerst bovenaan de Rainbow Map van ILGA-Europe, de jaarlijkse ranglijst die 49 Europese landen beoordeelt op wetten en beleid rond LGBTI-rechten. Daarmee komt een einde aan de tienjarige koppositie van Malta. In de nieuwe ranglijst staat Malta op de tweede plaats, gevolgd door IJsland, België en Denemarken.
Volgens ILGA-Europe dankt Spanje de eerste plaats aan meerdere verbeteringen, waaronder sterkere bescherming tegen discriminatie, nationale strategieën voor LGBTI- en transrechten en betere juridische erkenning voor trans personen. De organisatie prijst ook de Spaanse inzet om bestaande transrechten te verdedigen tegen pogingen van extreemrechtse partijen om die bescherming terug te draaien.
Toch benadrukt ILGA-Europe dat de Rainbow Map vooral wetten en beleid meet, en niet automatisch laat zien hoe veilig LGBTI-personen zich in het dagelijks leven voelen. In Spanje blijft die kloof zichtbaar. Volgens de Spaanse LGTBI+ Federatie is het aantal meldingen van geweld tegen LGBTI-personen in twee jaar tijd sterk gestegen, mede door een groeiend klimaat van haatspraak.
Ook elders in Europa ziet ILGA-Europe zowel vooruitgang als achteruitgang. In landen als Tsjechië, Letland en Zweden zijn stappen gezet op het gebied van wettelijke gendererkenning. Tegelijkertijd waarschuwt de organisatie voor zorgwekkende ontwikkelingen in onder meer Belarus, Turkije, Slowakije en Rusland, waar LGBTI-rechten verder onder druk staan.
Rusland staat opnieuw onderaan de ranglijst. De onderste vijf landen zijn Armenië, Belarus, Turkije, Azerbeidzjan en Rusland. Volgens ILGA-Europe laat de Rainbow Map zien dat politieke keuzes grote gevolgen hebben voor de bescherming van LGBTI-personen in Europa. Spanje wordt daarbij genoemd als voorbeeld van een land dat bewust kiest voor uitbreiding en verdediging van gelijke rechten.














