In Istanbul heeft de politie op 28 juni minstens vijftig mensen opgepakt tijdens een verboden Pride-mars. De bijeenkomst vond plaats ondanks een officieel verbod van de Turkse autoriteiten, die al jaren Pride-evenementen in de stad beperken of verbieden. Volgens lokale en internationale berichtgeving greep de politie in toen deelnemers zich verzamelden in het stadscentrum. Activisten en deelnemers werden omsingeld en afgevoerd. Onder de gearresteerden zouden ook organisatoren en journalisten zijn geweest.
Pride-marsen in Istanbul waren jarenlang een belangrijk moment van zichtbaarheid voor de LGBTQ+-gemeenschap in Turkije, maar worden sinds 2015 systematisch verboden. De autoriteiten verwijzen daarbij vaak naar veiligheidsredenen, terwijl mensenrechtenorganisaties spreken van een inperking van het recht op vreedzaam protest. De arrestaties passen in een bredere context van toenemende druk op LGBTQ+-rechten in Turkije. Internationale organisaties hebben herhaaldelijk hun bezorgdheid geuit over het gebruik van politieoptreden en wetgeving om de zichtbaarheid en organisatie van de gemeenschap te beperken.
Hoewel de huidige repressie en de systematische verboden op straat een sombere praktijk tonen, is homoseksualiteit in de formele Turkse wetgeving niet strafbaar. Sinds 1858 kent het land een wettelijke decriminalisering van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. Daarnaast hebben transgender personen sinds 1988 het wettelijke recht om officieel van geslacht te veranderen. Aan die procedure zijn in de praktijk echter strikte wettelijke voorwaarden verbonden, waaronder een verplichte genderbevestigende operatie, een medische keuring en expliciete toestemming van de rechtbank.
Deze praktische uitingen van homofobie weerspiegelen de politieke koers van president Erdoğan. In 2023 bestempelde hij de LGBTQ+-gemeenschap als een van de “grootste bedreigingen voor de familie” en koppelde hij de dalende geboortecijfers in het land rechtstreeks aan homoseksualiteit. Dat het klimaat voor de gemeenschap steeds vijandiger wordt, blijkt ook uit internationale data: van de 49 onderzochte landen scoorden alleen Azerbeidzjan en Rusland lager dan Turkije in het ILGA-rapport dat in mei werd gepubliceerd.














